Honderd parels waren het, die God zomaar in zee had neergekwakt. Het turquoise waterbed dekte de stranden toe waarover krabbetjes liepen en de zeevogels deden hun best om boven het kabaal van de golven uit te komen. Als je weg wilde, van de stemmen in je hoofd die bulderden, dan was er altijd nog dit schilderij van wind en water. Gratis vrijheid, voor iedereen die de tijd nam om te kijken.
Vanaf het muurtje boven op de berg kon ik het hele fjord overzien. Overzicht, dat was precies wat ik nodig had. Mijn hele leven lang had ik geweten wie ik was: ik had mezelf en alles om me heen in woorden gegoten, zodat er veilige bakens bestonden waarbinnen ik gedachteloos kon opereren. Nu woonde ik voor het eerst in het buitenland en voer ik al wekenlang verdwaasd rond op open zee.
Twintig zijn is meedogenloos vervreemdend, murmelde ik tegen de zeevogel die achteloos naast me neerstreek. Moet je je voorstellen: wil je je hele leven schrijver worden, blijkt dat zo’n beetje iedereen dat al is. De zeevogel had er nul boodschap aan. Zeevogels rouwen niet om mislukt schrijverschap, ze pikken een patatje van de grond en vliegen verder.
Achteloze Zeevogel steeg steeds hoger op naar de wolken, en ik steeg met hem mee. Vlieg verder, vlieg verder, hoorde ik de golven opeens zingen. Alles in dit schilderij bruiste en tintelde nu, het suizelde en kwinkelde. Een Noors fjord droomt er niet van dat de wereld een andere plek is; alles is al goed.
Beneden aan de berg zette ik mijn voeten in het koude water. Later, schoot er door me heen, terwijl ik op mijn tanden beet en mijn nagels in mijn handpalmen drukte, omdat de kou zo genadeloos hard voor me was. Later zou ik gedichten schrijven, en liedjes, en misschien een kinderboek. Maar eerst moest ik leven – niet op land, maar gewoon op volle zee.
Publicatie: woensdag 27 maart 2024 in de digitale nieuwsbrief van kunstmagazine See All This
Plaats een reactie