Verdwalen

In de donkere gangen van kasteel Kronborg in Helsingør was ik bijna verdwaald. Soms dacht ik heel even de geur van zee te ruiken. Er woei dan een tochtvlaag, die het geluid van meeuwen en een verse voorjaarsstorm in zich meedroeg. Zou ik links afslaan? Zou ik omkeren? Zou ik nog dieper afdwalen, misschien zelfs naar het middelpunt van de aarde?

Ooh, kijk. Daar had iemand een wezentje op de kerkermuur getekend. Half demon, half kikker: in ieder geval iemand die zich prima leek te vermaken. Misschien, dacht ik bij mezelf, is het donker lang niet zo leeg en griezelig als we vaak denken.

Verdwalen

Ik was een week naar Denemarken. Even terug in Scandinavië, waar ik eerder een half jaar woonde en de laatste tijd steeds vaker te vinden ben. In hoofdstad Kopenhagen aten mensen hun allereerste ijsjes van 2023. De zon kuste de standbeelden van koningen, geleerden en een zeemeermin die we allemaal kennen.

Ik nam de trein naar Helsingør, waar kasteel Kronborg in de vroege ochtendzon op mij en de andere reizigers wachtte. Ha, dacht ik vrolijk en onstuimig toen ik de omgeving in me opnam. Gekleurde huisjes, kleine vissersboten die dobberden op de Sont. Aan de andere kant lag Zweden. En nu? Nu was het tijd om in dit decor te gaan verdwalen.

Soms denk ik dat dat woord vanaf mijn geboorte op mijn voorhoofd geschreven staat: niet schreeuwend en prominent, maar als een fluisterende rimpel op het wateroppervlak. Verdwalen. Avontuur. Als er maar iets nieuws te ontdekken valt, iets is om je over te verwonderen.

Waar kan je dan beter zijn dan in een middeleeuws kasteel, waaraan zelfs Shakespeare zijn hart verloor en er zijn Hamlet liet afspelen?

Pracht en praal

De voorloper van Kasteel Kronborg werd rond 1420 gebouwd door Erik VII, koning van Denemarken, Zweden en Noorwegen. De drie Scandinavische landen behoorden in die tijd tot de Unie van Kalmar. Door haar ligging aan de Oresund was Helsingør een strategische plek, bijvoorbeeld als je tol wilde innen van de schepen die langsvoeren.

Kronborg zelf komt uit de zestiende eeuw en een eeuw later betoverde het kasteel dus ook de Engelse schrijver Shakespeare, die er zijn hoofdpersoon de fameuze woorden ‘To be or not to be’ liet uitspreken.

In het kasteel doet alles z’n best om je een beetje voor zich te winnen. Van de kandelaren en de tapijten in de troonzaal tot de schilderijen van Hollandse meesters uit de zeventiende eeuw: het kasteel was belangrijk in elk tijdperk.

Klotsende oksels

Goed, boven was alles dan misschien wel pracht en praal; beneden in de kerkers heerste het allesverslindende donkerte. Ik had ook niet zomaar die gang moeten inslaan, dacht ik een beetje paniekerig. Toch liep ik door, met op het laatst alleen nog de geluiden van een bonkend hart en klotsende oksels als gezelschap.

Ik wilde net omdraaien, de weg terug gaan zoeken, toen ik het getekende mannetje tegenkwam op één van de muren. De demonische kikvors had iets middeleeuws, maar het was duidelijk getekend door iemand uit de 21e eeuw. De bewoonde wereld kon nooit ver weg zijn.

Holger Danske

Het werd weer een beetje lichter in de gangen. Ik kwam tekstborden tegen, over hoe soldaten tijdens de Tweede Wereldoorlog zich schuilhielden in deze gangen. Ik vond bovendien een olielamp, die niet lang geleden nog had gebrand. Je kon de olie nog ruiken.

Toen zag ik hem. Holger Danske, de mythische koning die onder het kasteel zou wonen. Daar hadden enkele bovengrondse bordjes me al voor gewaarschuwd. Vanuit het nikserige donker doemde Holger Dansker op.

De man, met lange baard, helm en beukelaar, keek me zo streng aan dat ik spontaan van alles wilde opbiechten. Dat ik zonder plan was gaan dwalen in deze kerkers, bijvoorbeeld. Dat ik er niet helemaal zeker van was of dat wel mocht. “Sorry, ik, euh…” stotterde ik bijna. En toen bedacht ik me. Het was maar een standbeeld.  

Strakblauwe lucht

Bovendien viel het licht me op. Licht dat van buiten kwam. Licht dat mij vertelde dat ik alleen nog maar een paar keer de hoek om hoefde te slaan, voordat ik de strakblauwe lucht weer kon zien. Die lucht – zo helder en zo blauw kan het alleen in het voorjaar zijn – werd omlijst door een klein, middeleeuws deurkozijn.

Ik stapte erdoor naar buiten en zuchtte. Vanaf nu zou de lente beginnen.

Plaats een reactie

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑