Psychiater Menno Oosterhoff schreef het boek Vals alarm, over leven met een dwangstoornis. ‘Mensen met dwang schamen zich vaak. Hopelijk vinden ze herkenning in dit boek.’
Een huis om in te verdwalen. Houten muren, oude tapijten, boeken voor de oneindige geest. Buiten wacht het volgende sprookje: hoge bomen, struiken met daarin vijvers en vogels en de wind die er genoeglijk tussendoor zwiert. Binnen aan de keukentafel vertelt Menno: ‘Van ’s ochtends vroeg tot’s avonds laat was ik bezig om lijstjes af te werken. Bij het opstaan ging ik na wat ik moest doen. Oké, krantje lezen. Tandenpoetsen. Brood eten. Ik maakte daar een lijstje van in mijn hoofd. Maar als ik me een van die simpele dingen niet kon herinneren, kon me dat de hele dag dwarszitten.’
Natuurlijk, iedereen vergeet weleens wat hij nu eigenlijk ook alweer wilde doen of hoe die ene persoon nu ook alweer heette. Maar voor Menno, die zijn dwang inmiddels met behulp van medicatie al een stuk beter kan ‘bedwingen’, voelt het niet herinneren van zoiets als iets onoverkomelijks. ‘Zelfs al realiseer ik me hoe onbelangrijk het is. Ik móet gewoon weten wat ik ook alweer van plan was. Ik móet me de naam van die persoon herinneren. Het gevoel van onvolledigheid dat me anders overvalt, vind ik bijna onverdraaglijk.’
Afgeladen vol
‘Wacht, ik zal jullie eens een paar van die lijstjes laten zien.’ Menno staat op van de grote houten tafel en verlaat de keuken. Bij gelegenheid komt de kat eens poolshoogte nemen en een moment later komt een blije Golden Retriever binnen wandelen om zijn neus tegen onze voeten te drukken. ‘Ik dacht dat ik de laatste tijd niet zo veel lijstjes meer schreef’, begint Menno als hij terugkomt. ‘Maar toen iemand er laatst naar vroeg, zag ik dat ik toch nog veel bezig was geweest. Op deze lijstjes schreef ik de tientallen ideeën die ik op een dag kan hebben. Een filosofisch proefschrift schrijven,een netwerkgroep oprichten, een blog schrijven over hondenliefde. Mijn hoofd zit afgeladen vol met plannen en ideeën.’
‘Gisteren zag ik iets in mijn agenda staan wat ik niet meer kon lezen. De schrik sloeg me om het hart. Stel je toch eens voor dat ik me niet meer zou herinneren wat ik nu van plan was!’ Menno legt uit dat de meeste mensen dwang associëren met de angst voor viezigheid, de angst om besmet te raken, de angst een auto-ongeluk te krijgen. ‘Maar er zijn ook mensen, zoals ik, die de dwang hebben om zo volledig mogelijk te zijn. Of die het net als ik, ondraaglijk vinden niet te weten waar iets simpels als een vieze oude pen toch is gebleven – nog zo’n voorbeeld van hoe de dwangstoornis zich bij mij uit. Het is niet zo dat mensen met dwang van een mug een olifant maken, ze beléven een mug als een olifant.’
Perfectionistisch
‘Perfectionistisch was ik altijd al. Toch begon dat op mijn 17e wel erg ver door te slaan. Dagboeken schreef ik vol, inclusief disclaimers. Want wat nu als iemand dit las en niet doorhad dat mijn teksten slechts een momentopname waren? Mijn dagboeken moesten bovendien een volledige afspiegeling van de werkelijkheid zijn. Kwam ik thuis van school en kon ik me niet herinneren wat ik moest opschrijven,dan werd ik er helemaal gek van.’
Menno tilt zijn handen een beetje boven de tafel en houdt tegelijkertijd negen vingers stijf naar beneden. ‘Als ik nog negen dingen wilde opschrijven in het dagboek, hield ik negen vingers de hele tijd op deze manier naar beneden. Net zolang totdat ik eindelijk thuis was en ik het in het dagboek kon schrijven. Als ik dan maar acht dingen wist te herinneren, was dat voor mij een drama.’
Uiteraard heeft Menno zich afgevraagd waar die enorme dwang tot volledigheid vandaan kwam. ‘Dwang komt voort uit een erfelijke gevoeligheid, en komt door toevallige factoren tot uiting. We denken dat een life event, een emotionele gebeurtenis, zoiets in gang zet. Rond mijn 17e werd mijn vader ongeneeslijk ziek. Ik heb me lang afgevraagd of dat een factor is geweest. Maar we weten ook dat het bij dwang geen zin heeft om te gaan graven in het verleden.’
Pies in je haar
Het dwangmatig vastleggen van zijn leven moest stoppen, dat zag Menno na enkele jaren dagboek schrijven wel in. De oplossing? Verbranden. ‘Ik wist dat ik de boeken moest vernietigen, ondanks dat ik ze als een kopie van mezelf beschouwde. Ik zag in dat ik moest loslaten. En nu, nog veel jaren later, is de dwang naar volledigheid er nog steeds, maar ben ik er ook achter dat loslaten mijn enige houvast is.’
Dat is dan ook wat Menno zijn patiënten met dwangstoornissen wil meegeven. Hij omschrijft dat loslaten als zwemmen in koud water. Hoe je eerst ineen krimpt van de ijzige kou, maar er dan ten slotte toch doorheen weet te komen: het komt overeen met het stoppen van je dwanghandelingen. ‘Ik had een keer een patiënt die bang was voor pies. Ik liet haar urine meenemen, zodat ze een beetje, hup, door haar haar kon doen.’ Menno strijkt met zijn hand door zijn eigen haar, alsof hij het ter plekke wil laten zien. ‘Als je pies in je haar hebt, maakt de rest allemaal niet zo vreselijk veel meer uit. Het hielp enorm. Dat is het positieve: bij de meeste mensen treedt gewenning heel snel op.’
Erkenning
Maar dat het niet zelden een gevecht tegen de bierkaai is, weet Menno als geen ander. ‘Mensen die mijn boek gelezen hebben, herkennen zich in de dwanghandelingen en dwanggedachten. Zij kunnen nu zeggen: ‘Kijk, zelfs een psychiater worstelt nog dagelijks met dwang’. Het is voor hun een erkenning.’
‘De dwangstoornis heeft veel weg van een verslaving. Je kunt dwang verslaving noemen aan volledigheid, perfectie, zekerheid. Het verschil is misschien dat bij verslaving het middel in het begin lustvol was – later uiteraard ook niet meer – en dat je met dwanghandelingen je onrust probeert op te heffen.’
‘Het voelt soms alsof ik tegen een soort chemie van mijn brein aanloop. Die krijg ik niet weg door na te denken of over vroeger te praten. Ik hoef maar iets onbelangrijks als een stukje plakband kwijt te raken en er steekt een jankend gevoel de kop op. Net als iemand die verslaafd is, ga je over de rooie om maar het gevoel van volledigheid te krijgen. En dat terwijl ik met mijn verstand heus wel kan bedenken hoe onnozel het is om naar een stukje plakband te hunkeren.’
Dit artikel verscheen eerder in Straatmagazine De Riepe (november 2017)
Klik hier om terug te gaan naar de homepage
Plaats een reactie