Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Straatmagazine De Riepe (2018)
Ze schreeuwen, ze dansen, ze krijsen bijna. Sommige graffitiletters zijn zo scherp en kleurrijk alsof ze zich willen verzekeren van een eeuwig plekje op ons netvlies. Ook in een grote stad als Groningen ontkomt het oog niet aan graffiti en straatkunst. Maar wat gaat er schuil achter die ‘tag’ op dat bankje? Wat moeten we zoeken achter die ‘throw up’ aan het einde van de straat? Martijn, straatkunstenaar met ruim 20 jaar ervaring: ‘Graffitispuiters zijn vaak heel introverte mensen. Graffiti is hun uitlaatklep, een manier om zich te uiten.’
Er razen vrachtwagens en fietsers door de tunnel bij de Noordzeebrug. Onafgebroken. Op de muren staan de kunstwerken van tientallen, honderden graffitikunstenaars. Dat mag. Sinds begin 2017 is hier een heuse ‘Hall of Fame’ voor graffitispuiters geopend. De letters, tekeningen en soms majestueus mooie portretten buitelen over elkaar heen. Ook onafgebroken. In de verte is er iemand bezig: petje op, met een tas vol spuitbussen op de stoep, en in diepe concentratie. Het drukke verkeerslawaai kan hem niet hinderen.
Want hier staat iemand vol overgave graffitikunst te maken. Als we dichterbij komen, zien we dat het Martijn is. Met zichtbaar gemak spuit hij lijn na lijn op de muur, totdat we er een jonge vrouw uit kunnen ontwaren.
Uitlaatklep
‘Zou je het niet eens met spuitbussen proberen?’ had een klasgenoot op de
havo ooit eens aan Martijn gevraagd. Tekenen deed Martijn altijd al. ‘Ik ben
een beelddenker.’ Met een moeder als tekenlerares, liefde voor stripboeken én saaie schoollessen die stukken dragelijk gemaakt konden worden door te tekenen, was de stap naar graffiti bovendien al snel gemaakt. ‘Als graffiti je eenmaal gegrepen heeft, laat het je nooit meer los.’ Er werden spuitbussen aangeschaft. Met ‘Oefenen, prutsen en doen’ wist Martijn zich de kunst van het graffitispuiten eigen te maken. Én er werd een vriendschap gesloten tussen de twee jongens. Die houdt nog altijd stand. Martijn: ‘We doen nog altijd projecten en soms, als we een weekend vrij hebben, maken we iets voor ons zelf.’
Inmiddels kan Martijn prima rondkomen van zijn leven als graffitikunstenaar. ‘Ik maak schilderingen bij mensen thuis of bij bedrijven. Binnenkort nemen we met een collectief de tunnel van de uitsupporters van FC Groningen voor rekening.’ Bij kunstcentrum Expressie Workshops geeft Martijn les. Hier in de fietstunnel werkt Martijn graag voor zijn lol. ‘Zie je die skeletten daar? Dat is er eentje van mij. Verderop vind je er nog een paar.’
Het graffitispuiten in deze tunnel, met een waterig zonnetje en vriendelijke fietsers die voorbijkomen, vormt een contrast met hoe het voor Martijn toch ook begon. Illegaal, met op de uitkijk staan en zoveel mogelijk uit handen blijven van de politie. Het is de reden dat hij liever niet met zijn artiestennaam genoemd wil worden. ‘Toen ik net begon was ik, zoals veel anderen, onbesuisd. Graffitispuiten is voor veel jonge mensen een manier om zich af te zetten. Dat gold ook voor mij. Ik was jong en opstandig.’
Volgens Martijn is er nog een reden dat jongens zich aangetrokken voelen tot graffiti: ‘Soms zie je ze blowen en zuipen, maar de graffitispuiters zijn vaak gewoon introverte, ontzettend lieve jongens. Ze zoeken een uitlaatklep en willen gezien worden.’
Iep
Graffiti is overgewaaid vanuit de Verenigde Staten, waar New Yorkse jongeren halverwege de vorige eeuw de straat versierden. Muren, bankjes en lantaarnpalen werden er beklad met naam of schuilnaam. Martijn, als workshopleraar helemaal bekend met de geschiedenis van graffiti: ‘Uiteindelijk stonden er zoveel namen op een muur of bankje dat het niet meer opviel als je daar nog wat aan toevoegde. Nieuwe jongeren gingen steeds grotere lijnen gebruiken, zodat hun naam eindelijk weer opviel.’
Martijn pakt een nieuwe spuitbus, doet eens een paar stappen achteruit om zijn graffitischildering van een afstandje te kunnen bekijken. De vrouw op de muur krijgt er steeds een haarlok bij. ‘Voordat in Groningen de Amerikaanse stijl werd overgenomen, had je in Groningen al veel krakers en junks die gewoon overal hun naam in blokletters neerkalkten’, gaat
Martijn verder. ‘Zo was er Iep, een junk die 30 jaar lang de bankjes en lantaarnpalen in de binnenstad vol schreef met zijn naam. Je kunt de naam
‘Iep’ nog steeds in de stad terug zien.’ Bovendien vonden er in de jaren ’80
hele veldslagen plaats tussen Groningers en Leeuwarders. ‘Graffiti hoorde bij de voetbalcultuur. Soms was er ergens in de stad een groepje Leeuwarders bezig, zoals in de oude glasfabriek, en dan kwamen er opeens 20 Groningers binnen. Er werden doeken verscheurd, spuitbussen afgepakt. Die botsingen hoorden erbij.’
De stille hoekjes van de stad
Anno 2017 is er nog iets anders waar illegale spuiters rekening mee moeten houden. ‘Door de opkomst van internet en mobiele telefoon kan Jan en alleman de politie bellen om te klikken. Vroeger was het een kwestie van goed opletten. Als je dacht dat iemand je gezien had, kon je nog een kwartier verder werken totdat ze bij je kwamen. Tegenwoordig staat er zo een politie naast je.’ Over iemands illegale tag heen spuiten? Not done. ‘Voor illegale graffiti heeft iemand enorm veel risico genomen. Spuit je daar overheen, dan pis je echt over iemands ziel.’
Martijn schudt een van de spuitbussen. Het kunstwerk is bijna klaar. Een oude man met herdershond fietst langs ons en knikt goedkeurend naar het kunstwerk op de muur. Ondanks de Hall of Fame in deze fietstunnel en betaalde klussen waar graffitikunstenaars prima van kunnen leven, blijft graffiti van de straat. Martijn: ‘Het is verbonden met de stille hoekjes van de stad.’
In ieder geval kijken wij voortaan met een heel andere blik naar de tags, pieces en throw ups in de Groninger binnenstad. Want, zo benadruktde Groninger graffitikunstenaar: ‘Graffiti is iets heel persoonlijks.’

Klik hier om terug te gaan naar de homepage
Plaats een reactie